Oninbare vorderingen? Vraag tijdig de BTW terug!

Om aanspraak te kunnen maken op teruggaaf van omzetbelasting moet u aannemelijk maken dat de afnemer niet heeft betaald en ook niet zal betalen.

U kunt dit bijvoorbeeld doen door overlegging van een brief van de curator waarin deze meedeelt dat er geen uitdeling komt, of van correspondentie met uw afnemer waaruit blijkt dat deze niet (geheel) zal betalen. Deze teruggaaf zal dus niet alleen bij faillissement van uw afnemer aan de orde kunnen komen, maar ook in andere gevallen. Als u er na een aantal pogingen nog steeds niet in bent geslaagd uw vordering geïnd te
krijgen en u vervolgens – overeenkomstig de in uw branche gebruikelijke handelwijze – tot afschrijving van de vordering overgaat, komt u in aanmerking voor teruggaaf. Als uw vordering wordt
betwist en u ziet af van het aanspannen van een procedure vanwege de daaraan verbonden kosten (na afweging van de kans op succes), staat vast dat de vergoeding niet zal worden ontvangen. Het verzoek om teruggaaf ‘wegens oninbare vorderingen’ moet volgens de wettelijke bepalingen worden gedaan bij de aangifte over het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan. De elektronische aangifte bevat daarvoor echter geen aparte rubriek. Ook is het niet mogelijk een dergelijk verzoek elektronisch in te dienen. Volgens de Belastingdienst moet u daarom per brief teruggaaf vragen bij uw belastingkantoor. Daar kunt u de stukken bijvoegen die betrekking hebben op de oninbaarheid om zodoende een vlotte behandeling van uw verzoek te bespoedigen. Het verzoek moet worden gedaan binnen één maand na afloop van het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan.

Heeft u te maken met oninbare vorderingen en wilt u de omzetbelasting terugvorderen? Neem dan contact met ons op! Wij verzorgen uw verzoek richting de belastingdienst graag voor u.

Bron:Fiscaaltotaal.nl
Auteur:Harry Marissen