Duidelijke overeenkomst voorkomt problemen verdeling ouderdomspensioen bij echtscheiding

Bij echtscheiding valt ouderdomspensioen meestal onder de werking van de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding. Als (ex-)partners afwijken van deze wet en de standaardverevening willen uitsluiten, is het noodzaak dat die afspraken duidelijk staan beschreven in een overeenkomst.

 

De Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding

Administratie

Verevening van ouderdomspensioenen betekent dat het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, bij helfte wordt verdeeld. Als partijen op tijd hun scheiding doorgeven (binnen 2 jaar), wordt de verevening door de pensioenuitvoerder automatisch verwerkt in de administratie. Hierdoor ontvangt de ex-partner bij het bereiken van de pensioenleeftijd van degene die het pensioen heeft opgebouwd het aan hem/haar toekomende deel maandelijks op zijn/haar eigen rekening. Nuttige informatie over de wet staat beschreven in het informatieblad van de Rijksoverheid.

 

Let op! Deze wet geldt dus alleen voor ouderdomspensioen dat via een werkgever is opgebouwd. Dit pensioen staat vermeld op het pensioenoverzicht (www.mijnpensioenoverzicht.nl). Andere vormen van oudedagsvoorzieningen vallen niet onder de werking van deze wet.

 

Mogelijkheden tot afwijking van de wet

Als ex-partners geen afspraken maken over het ouderdomspensioen, dan geldt de wet. Ex-partners kunnen in een overeenkomst afwijken van deze wet. Dit kan bij huwelijkse voorwaarden of in een echtscheidingsconvenant. (Ex-)partners kunnen bijvoorbeeld afspreken dat ieder zijn/haar eigen opgebouwde pensioen behoudt.

Als (ex-)partners afwijken van de wet en de standaardverevening willen uitsluiten, is het noodzaak dat die afspraken duidelijk staan beschreven in de overeenkomst. Hierover is recentelijk geprocedeerd bij rechtbank Noord-Holland.

 

Wat was het geval?

Partijen hadden in een echtscheidingsconvenant de wet van toepassing verklaard. Er werden twee polissen op naam van de man bij Nationale Nederlanden in het convenant genoemd. De man had bij Nationale Nederlanden onder nog twee andere polissen pensioen opgebouwd, maar die twee polissen stonden niet benoemd in het convenant. De man vond dat de polissen die niet in het convenant stonden, niet verevend hoefden te worden en dus alleen aan hem toekwamen. Hij gaf aan dat partijen over die polissen geen afspraak hadden gemaakt. De mediator van partijen had verklaard dat het de bedoeling was om niet alle polissen te verevenen, maar alleen de polissen in het convenant. De vrouw vond dat uit het convenant bleek dat partijen juist voor de standaardverevening hadden gekozen en dat alle polissen dus moesten worden verevend.

 

Afwijken kan alleen door expliciete schriftelijke afspraken

De vrouw kreeg van de rechtbank in deze zaak gelijk. Ondanks het feit dat alleen voor de twee polissen in het convenant de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is verklaard, wil dit namelijk niet zeggen dat de andere polissen niet onder de wet vallen. Afwijken van de wet moet schriftelijk en in bewoordingen waaruit expliciet blijkt dat partijen geen verevening willen. Zij moeten de wet duidelijk uitsluiten. De bedoeling van partijen is dus niet leidend. Bovenstaande geldt ook voor het bijzonder partnerpensioen.

 

Tip! Het advies is om tijdens de echtscheidingsprocedure duidelijk te krijgen welke ouderdomspensioenen er tijdens het huwelijk zijn opgebouwd, of deze onder de Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding vallen én of partijen van de wet willen afwijken of de standaardverevening willen toepassen. De afspraken moet zorgvuldig en expliciet worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Zeker als partijen van de wet willen afwijken, moet dit duidelijk uit de tekst van de schriftelijke overeenkomst blijken.

 

Let op! De Wet Verevening pensioenrechten bij scheiding zal in de toekomst veranderen. Verevening zal niet langer de standaard zijn. Conversie van pensioen wordt het uitgangspunt. De nieuwe wet (Wet pensioenverdeling bij scheiding) is in behandeling bij de Tweede Kamer. De inwerkingtreding is voorlopig uitgesteld tot 2027.